Onlangs volgde ik een meditatiecursus met als ronkende titel: Leven met sterven. Ik weet dat het misschien wat donker en morbide klinkt, maar het gaf me een joie de vivre die ik in tijden niet gevoeld heb.
Ogen van dankbaarheid
We werden uitgenodigd om stil te staan bij de eindigheid van het leven. Via lezingen, meditaties en oefeningen leerden we vertrouwd worden met onze eigen vergankelijkheid. Reflecteren op mijn dood, bracht me onverwacht in contact met de kostbaarheid van het leven, van deze dag, dit moment.
De vogels in de tuin leken plots luider te zingen.
Het geluid van de regen klonk nog mooier dan anders.
Het contact met mijn dierbaren werd me nog een stuk dierbaarder.
Hoe imperfect het leven ook is, hoe zwaar en moeilijk sommige momenten ook kunnen zijn, hoe donker de toekomst soms ook lijkt, ik ben heel blij dat ik weer kan kijken met ogen van dankbaarheid. Op dagen dat ik benomen word door allerlei beslommeringen en doemgedachten, denk ik terug aan de cursus en voel ik me weer wakker geschud. Terug in contact met het besef hoe kostbaar dit unieke moment is.
Op een dag…
De mantra die me het meest is bijgebleven van de cursus, is:
Elke dag kom ik
een dag dichter
bij mijn dood.
Slik. Het leven is eindig. Mijn bestaan hier op aarde is tijdelijk. Er komt een dag dat ik er niet meer ben. Door hierbij stil te staan, ontstaat er een verlangen om ten volle te leven. Om dingen niet langer uit te stellen. Om me niet te laten leiden door angst maar voluit voor mijn verlangen te gaan. Om het leven echt aan te gaan. Om de dag, welja, te plukken.


Mijn leraar Thich Nhat Hanh (Thay) was hierin heel duidelijk.
Altijd helemaal Zen




