Onlangs ben ik begonnen met het leegmaken van mijn ouderlijk huis.
Een heus karwei dat oud stof doet opwaaien en herinneringen oprakelt.
Vandaag, tijdens het opruimen van mijn bureau,
werd ik helemaal terug gekatapulteerd naar mijn jeugd.
Ik kwam opstellen tegen van mezelf als twaalfjarige,
maar ook uitgebreide papers voor mijn master antropologie.
Het heeft me enorm aangegrepen, op verschillende vlakken.
De vraag die het meest is blijven hangen, is:
Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?
De kloof

(c) Lucy Campbell
Het raakte me dat ik al die jaren zoveel vanbuiten heb geleerd.
Dat ik zo ontzettend veel leerstof heb verwerkt.
Vaak in ijltempo, opboksend tegen een deadline.
Tegelijk herinner ik mij de eenzaamheid van mijn kindertijd.
De ruzies thuis, het geschreeuw, de onderhuidse spanning.
De bom die elk moment weer kon barsten.
En niemand die het zag of die er was.
Wat een kloof tussen Leni die hard haar best deed op school.
Die een voorbeeldige student was, overijverig en leergierig.
Die goede punten haalde, zelfs op de vakken die ze maar niks vond.
En dan Leni die in stilte leed.
Die dissocieerde omdat de spanning thuis ondraaglijk was.
Die heel onzeker was, vaak nachtmerries had, en weinig eetlust.
Aan de buitenkant was ik flink en presteerde ik goed,
maar aan de binnenkant was het een puinhoop.
Angst. Verdriet. Diepe eenzaamheid.
De vraag
Waar zijn we eigenlijk mee bezig?
Hoe is het mogelijk dat een kind al die pijn alleen moet dragen?
Een flink meisje wordt geprezen,
terwijl niemand weet hoe het echt met haar gaat.
Goede punten worden beloond,
maar niemand ziet wat er onder de oppervlakte leeft.
Er is zoveel aandacht voor goede schoolprestaties,
maar het emotioneel welzijn wordt verwaarloosd.
Het hoofd van kinderen wordt gevuld met feiten,
terwijl hun kwetsbaar hart geen ruimte krijgt.
Er ligt zoveel nadruk op education of the mind,
maar hoe zit het met een education of the heart?
I have a dream
Mijn droom is dat kinderen van jongs af aan
mogen leren dat gevoelens welkom zijn.
Dat er oog is voor hun kwetsbaarheid
en ze steun vinden bij veilige volwassenen.
Dat ze hun pijn niet alleen hoeven dragen
en ze niet voortdurend ‘flink’ hoeven zijn.
Dat ze hun tranen niet langer hoeven inslikken
uit angst dat hun verdriet zal worden afgewezen.
Dat ze niet enkel op cognitief vlak worden gestimuleerd,
maar ze ook leren hoe hun gevoelens te reguleren.
Opdat ze hun jeugd niet in overlevingsmodus doorbrengen
maar ze voldoende bedding en veiligheid mogen ervaren.
Opdat ze echt kind mogen zijn, vreugdevol en vrij,
en ze hun speelsheid en talenten volop mogen leven.
Are you with me?


Leave a reply